Dit ben ik.
Mijn naam is Nieneke Kuiper, leerkracht op basisschool De Nieuwe Wereld in Purmerend.
Ik heb een grote liefde voor het jonge kind. Bijna 20 jaar heb ik bij ons in een kleutergroep gewerkt. Zes jaar geleden ben ik overgestapt naar groep 3, met een missie; de overgang van groep 2 naar groep 3 verkleinen. Dat betekent in de praktijk dat er bij ons op school met hetzelfde thema en een vergelijkbare aanpak gewerkt wordt in zowel groep 1-2 als in groep 3. Om het voor onszelf behapbaar te houden werken we met een driejarenplanning.
In groep 3 wordt er gewerkt zonder leesmethode. In de eerste helft van groep 3 worden de letters aangeboden door middel van een directe instructie. De verwerking hiervan wordt thematisch gedaan. Kinderen passen het geleerde direct toe door heel veel te lezen, schrijven, spreken en luisteren binnen het thema-aanbod en de sociaal culturele praktijk.
Ik ben heel enthousiast over deze werkwijze en gun dit ieder kind én iedere leerkracht op onze basisscholen. Al een tijdje deel ik mijn onderwijspraktijk op Instagram. Een superfijn medium om inspiratie te delen, maar soms mis ik daar de ruimte voor verdieping en onderbouwing van onze werkwijze. In combinatie met mijn aankomend 25-jarig jubileum ontstond het plan om een boek te schrijven. En zo rol je dan van het één in het ander...
Uitgangspunten
Een goed doordacht onderwijsaanbod voor het jonge kind begint met een heldere visie. Vanuit die visie maak je keuzes en neem je beslissingen. Voor mij staat bovenaan dat jonge kinderen zich ontwikkelen door spel. Ze benaderen de wereld vanuit hun eigen ervaringen en belevingen. Vanuit die veilige wereld komt de buitenwereld binnen. Jonge kinderen leren en verwerken door over die echte wereld te spelen en werken. Kinderen zijn steeds aan zet en samen in gesprek. De leerkracht verbindt, verdiept en verbreedt.
S- van sociaal-culturele praktijk
Het uitgangspunt bij het jonge kind is spel. De kinderen spelen een echte situatie na, compleet met handelingsmogelijkheden en een plaats voor lezen, schrijven, luisteren en spreken én rekenen. Denk aan een winkel, pretpark, dierentuin, museum, dokterspraktijk etc.
T- van thema
Het thema ligt dicht bij de belevingswereld van kinderen, maar biedt ook voldoende mogelijkheden voor verbreden en verdiepen. Kennis is van groot belang voor de ontwikkeling van kinderen. Het aanbod moet dan ook kennisrijk zijn.
A- van aanbod
De leerkracht denkt goed na over het beredeneerde aanbod. Daarbij wordt gebruik gemaakt van vaste waardevolle werkvormen. Aan deze werkvormen zijn aanbodsdoelen gekoppeld. De werkvormen hebben een vaste plaats binnen het themaontwerp en zijn voor leerkrachten en kinderen herkenbaar. Er is binnen het themaontwerp veel aandacht voor de brede bedoelingen, specifieke kennis en vaardigheden en de kerndoelen met betrekking tot wereldoriëntatie en burgerschap.
R-van rode draad
Een thema heeft een kop en staart; het begint met een pakkende start en sluit af met een viering of afsluiting, vaak met ouders. De rode draad wordt vooraf uitgezet en bevat vaste stappen; we starten, we komen op verhaal, we spelen, we werken, we verdiepen en we vieren.
T-van taal
Taal is de verbindende factor; we lezen, schrijven, luisteren en spreken met elkaar. Boeken en teksten zijn daarbij van cruciaal belang. We maken structureel gebruik van werkvormen waar er veel aandacht is voor de taaldoelen. Deze werkvormen hebben een logische plaats in het thema ontwerp.